Rekenen is leuker als je spelletjes doet

Rekenen is leuk!! Met deze spellen willen leerlingen spelen met getallen. Voordeel hiervan is dat het automatiseren spelenderwijs geoefend wordt.

Schermafbeelding 2014-10-29 om 21.22.05

Een leerling gaf aan dat ze memorie leuk vindt. Ik heb een memorie gemaakt met optellen en een met delen.
Bij het optellen horen 2+3 en 1+4 bij elkaar omdat er bij allebei vijf uitkomt. Er zijn bijvoorbeeld meerdere kaarten met uitkomst 12, dat maakt het oplossen van de memorie wat makkelijker. Er zijn dus meerdere combinaties mogelijk voor één memorie, bijvoorbeeld 1+11 en 2+10, maar ook 2+10 en 7+5.

Bij de versie van het delen staan er sommen op de ene helft en het antwoord op de andere helft.

20141028_19582420141028_195304

 

Omdat bij deze versie het automatiseren minder is, er worden maar een paar sommen geautomatiseerd, ben ik verder gaan  ontwikkelen.

Resultaat het ‘ erbij en eraf spel’ en het ‘ delen spel’

.20141028_203609

Je kan dit spel met 1-3 spelers spelen. De getallen worden op de kop geschud en ieder krijgt 20 getallen. Hiermee worden + en – sommen gemaakt. Houdt zo weinig punten over.

De versie van het delen gaat uit van 12 getallen en drie sommen. Het voordeel van deze twee versies is dat er verschillende sommen geoefend worden en er dus meer sommen geautomatiseerd worden.

20141028_192813 20141028_192837

Leren rekenen en spelenderwijs oefenen door middel van spellen bevorderd het automatiseren van rekenen.

Leren uit herinnering of kennis??

Woordjes herhalen van het vorige jaar. Daar beginnen heel wat docenten het schooljaar mee. De leerlingen kijken naar de woordjes en denken: ‘ Hé die ken ik, dat is snel geleerd. Even overkijken en klaar is Kees.’ Het resultaat is regelmatig een dikke onvoldoende.

Je kunt dit vergelijken met het volgende: Persoon A vertelt je een mooi verhaal. Een maand later vertelt persoon B hetzelfde verhaal. Je weet na twee zinnen dat je het verhaal kent. Je luistert niet echt meer naar de rest van het verhaal. De volgende dag wil je het verhaal vertellen aan persoon C. Dan blijkt dat je toch niet meer precies weet hoe het verhaal in elkaar zit.

Het gevaar bij herhaling is de manier waarop je hersenen werken. Ze zien de woorden of horen het verhaal en denken ‘ Hé dat weet ik al’ . De aandacht verslapt en de hersenen gaan andere dingen doen. Dat kan gebeuren bij het herhalen van woordjes, maar ook bij het leren van toetsen. In de les heeft de docent al een heleboel vertelt of de leerling heeft al opdrachten gemaakt over de te leren stof. Daardoor is het leren voor een toets vaak een herinnering van de toets-stof. De leerling ziet/hoort het voor de tweede of derde keer. Het gevaar is dat de aandacht verslapt en de toets niet goed geleerd wordt.

Als een leerling vertelt dat hij iets geleerd heeft moet hij zelf kijken of het een herinnering is of een weten van kennis. Als hij zich laat overhoren moet er doorgevraagd worden over het onderwerp en het resultaat laat zich zien. Bij leren vanuit herinnering weet de leerling in grote lijnen waar het over gaat of herkent de woorden als ze langskomen. Bij leren vanuit kennis weten ze waar de stof over gaat, kunnen ze de diepte in, verbindingen maken tussen verschillende stukken stof en de woordjes oplepelen uit hun geheugen.

Maak gebruik van een woordweb, spiekbriefjes (om te leren, niet tijdens de toets), kernwoorden, reminders, trap lopen om te automatiseren of laat je overhoren. Dan heb je geleerd in plaats van gelezen en herinnerd.

 

Kastelen bouwen

Nieuwe kennis opbouwen gebeurd door steentjes met nieuwe kennis te stapelen op bestaande kennis. Lessen op school kun je zien als een steentje nieuwe kennis. De docent vertelt waar dit steentje voor nodig is en waar deze op de muur geplaatst moet worden om samen met andere steentjes een mooie muur te vormen. De leerling heeft, als het meezit, aan het einde van het hoofdstuk door hoe de muur eruit ziet. Als dat gelukt is kunnen de gemengde opgaven gemaakt worden en zijn de leerlingen klaar voor de toets.

De uitdaging is om in de klas te werken met de verschillen in de voorkennis van de leerlingen. Er zijn leerlingen in de brugklas die groep 8 netjes afgerond hebben, maar er is ook een grote groep die al extra werk gedaan heeft op de basisschool. Als de docent steentjes leerstof aanbiedt en ze worden boven op de muur gezet, dan kan dat zomaar op de verkeerde plek zijn. Als de steen eigenlijk ergens midden in de muur had moeten staan, dan ontstaan er gaten en verwrongen gebouwen die veranderen in ruïnes als er steeds doorgebouwd wordt. Om dit te voorkomen moet de leerlingen kunnen kiezen waar de steen tussengevoegd worden. Daarvoor moeten ze weten bij welke muur ze aan het bouwen zijn en hoe hun eigen muur eruit ziet. Eerst naar zichzelf kijken, waar sta ik en dan kijken welke stenen de docent aanlevert. Om dit goed te kunnen moet er achterstevoren geleerd worden.

Dat kan als volgt vorm gegeven worden. De eerste les van het hoofdstuk wordt samen de samenvatting gelezen. De leerlingen krijgen de hele muur te zien. Ze weten aan welke muur ze gaan bouwen. Leerlingen die de muur voor een deel al hebben staan kunnen missende stukjes leerstof invoegen om de muur sterker te maken. Andere leerlingen voor wie het een nieuwe muur met leerstof is, kunnen van voren af aan gaan bouwen.

Zo kan het gebeuren dat er een groep leerlingen in de klas alle opgaven van het hoofdstuk gaan maken. De nieuwe aanpak zorgt ervoor dat deze leerlingen weten aan welke muur ze werken. De stukjes leerstof worden makkelijk ingepast en opgebouwd. Zo kan er gewerkt worden naar de gemengde opgaven en de toets aan het eind van het hoofdstuk.

Een ander deel van de klas gaat meteen de gemengde opgaven maken. De meeste sommen kunnen al gemaakt worden. Als er een opgave niet meteen lukt, is er de mogelijkheid om samen te overleggen en terug te bladeren in het boek en de gemiste stof alsnog in te bouwen in de muur. De muren die gebouwd worden zien er een stuk mooier uit. De leerlingen zijn vaak in 2 lessen klaar met de stof en krijgen nieuwe uitdagingen om verder te bouwen aan de muren op de hoogte waar zij zelf aan toe zijn om te bouwen.

Deze leerlingen moeten wel alert blijven op het nemen van te grote stappen in hun denkproces. Ze moeten leren om op de kleine details te letten. Vaak kijken ze van afstand naar de grote muren en zien ze niet dat er kapotte stenen tussen zitten. Elke les is het belangrijk om nauwkeurig te kijken en te lezen of alle denkstappen kloppen. Let op! Want het kijken naar het geheel en verder ontwikkelen van de muren is leuker dan het repareren.

Als leerlingen aan het bouwen zijn kan er van alles gebeuren, bijvoorbeeld: Een som over ijsjes. De leerling moet werken aan de rekenmuur. Hij loopt over de rekenmuur maar bij de ijsjes denkt hij aan de zomer. Hij loopt over naar de vakantiemuur en maakt zo een verbinding tussen de verschillende muren. Het bouwwerk wordt alsmaar mooier. In gedachten zit hij op vakantie op Mallorca met opa en oma. De som is vergeten. Zo hopt hij heen en weer tussen de verschillende gebouwde muren en maakt verbindingen. De muren worden allemaal bezocht, maar het rekenen aan de rekenmuur wordt vergeten. De muur wordt niet geïnspecteerd op detailniveau.

Aan docenten de mooie taak om al die mooie muren te controleren op slechte stenen en gaten en kapotte stenen te repareren. Als de muren dan onderling aan elkaar verbonden worden ontstaat er een prachtig mooi kasteel.

Zomaar een uurtje werken! Rekenen met kommagetallen.

Bart (groep 7) geeft aan dat het rekenen met kommagetallen niet lukt. Als we samen bezig zijn blijkt dat het niet duidelijk is hoe het decimale stelsel in elkaar zit. Dan is rekenen echt lastig.

Samen beginnen we met rekenen met hele cijfers. Eenheden, tientallen en honderdtallen gaan goed. Maar dan komen de cijfers achter de komma. Wat een ondingen. Daar snapt Bart niks van.

We pakken allebei drie strookjes en scheuren die in stukjes. Bart scheurt ze alle drie in vier stukken en ik scheur ze in zessen. Dan gaan we ruilen. Hij geeft twee stukken aan mij en ik geef er twee terug. Bart kijkt al een beetje vreemd, maar gaat verder. Hij geeft er drie aan mij en ik geef er drie terug. Zo is ruilen toch niet eerlijk…….

Nee en daarom zijn er duidelijke afspraken gemaakt. Als je wilt ruilen moeten de stukken in even grote stukjes verdeeld worden. Omdat we 10 vingers hebben wordt bij ons bijna alles in tien stukken gedeeld. Achter de komma geef je aan hoeveel van die 10 stukjes er zijn.

Het wordt Bart al snel duidelijk waarom er getallen achter de komma staan en dat als je eerlijk wilt ruilen je allemaal de eenheden moet verdelen in tien stukjes.

Binnen een uur rekenen we met honderdsten en duizendsten.

Nautilus

Willeren heeft als logo een Nautilus. Het is een inktvis met een uitwendige schelp. De schelp bestaat uit allemaal kamers. Hij leeft in de grootste kamer en zorgt goed voor zichzelf. Als de kamer te klein wordt, breidt hij zijn schelp uit en verhuisd naar zijn nieuwe, grotere kamer, zodat hij door kan groeien. De oude kamer dankt hij niet af en laat hij niet leegstaan, maar gebruikt hij. Om te dalen naar de donkere diepten, vult hij zijn kamers met water. Als hij een luchtje wil scheppen aan de oppervlakte van het water, gebruikt hij stikstof om te stijgen. Hij weet dat hij tot grote hoogte kan stijgen, als hij zich vult met stikstof.

De vraag is nu: Zorg jij goed voor jezelf. Breid jij je leven uit als er een einde komt aan je groei? En waar vul jij jezelf mee? Ben je bezig met alles wat moet of heb je een duidelijk doel en wil je ergens heen? Op het moment dat je van alles moet, ben je jezelf aan het vergiftigen. Je zakt naar de bodem. Niks is leuk en iets leren is saai, vervelend en vermoeiend. Als je daarentegen een duidelijk doel hebt en haalbare doelen stelt, ben je jezelf aan het vullen om te stijgen. Gooi je longen maar eens vol met verse lucht, vol met zuurstof. Dat voelt goed, is gezond en leuk en geeft nieuwe energie. Je hebt zin om allemaal nieuwe dingen te gaan doen. Je wilt er zelf voor gaan.

Om vanuit het ‘moeten’ naar het ‘willen’ te komen is het belangrijk om haalbare doelen te stellen. De Nautilus weet wat er nodig is om te stijgen. Hij vult de kamers met stikstof. Waar vul jij jezelf mee om een stapje dichter bij het grote doel komen? Dat doel waar jij gelukkig van wordt. Begin jezelf te vullen met zuurstof en stel doelen . Kleine haalbare doelen, succesmomenten die je inbouwt en die je steeds een stapje dichterbij het grote einddoel brengen.

Leren leren

De leerlingen hebben een toets voor Frans gehad en Anton heeft goed geleerd. Hij heeft de woordjes goed doorgelezen en na één of twee keer lezen ken hij de woordjes bijna allemaal. Zijn vader overhoort hem dezelfde avond en Anton kent de woordjes goed. De volgende dag bij de toets gaat het echter mis. De woordjes zijn verdwenen….., Anton snapt er niks van: ‘Maar mevrouw ik had toch goed geleerd? Ik kende gisteren alle woordjes. En nu heb ik een onvoldoende gehaald.’thumbs_kast-laatjes-1

Het is tijd om deze leerling te leren hoe hij moet leren. Hoe werken de hersenen tijdens het leren?

In deze blog gebruik ik als voorbeeld het leren van Franse woordjes, maar het systeem is toepasbaar op alle vakken.

Als de woordjes Frans geleerd moeten worden en de leerling leest alles een paar keer door, dan denken de hersenen : ‘interessant!’ Ze onthouden het even en zijn het snel weer vergeten. (het korte termijngeheugen) In deze stap is er eigenlijk nog niet geleerd.

Door de woordjes op een andere dag nog een keer te lezen en eventueel ook over te schrijven of typen worden de hersenen wakker. ‘Oh deze woordjes zijn belangrijk.’ De hersenen gaan ze nu onthouden en maken een laatje aan voor Franse woordjes.

De derde keer dat de woordjes geleerd worden, vullen de hersenen het laatje. Ze worden goed opgeruimd, want dan kunnen de hersenen ze de volgende keer makkelijk terugvinden. (het lange termijngeheugen)

Veel leerlingen denken dat ze nu klaar zijn met leren. De woordjes zitten in hun hoofd en doordat ze goed zijn opgeruimd kunnen de hersenen ze straks weer goed terugvinden. Toch wordt er op school meer gevraagd en daarvoor moet de leerling verder leren.

De woordjes moeten ook begrepen worden. Is het woord een werkwoord, tussenvoegsel,  zelfstandig naamwoord of iets anders. Kan er een meervoud van gemaakt of kan het woord in de verleden tijd gezet worden. Als de leerling dit onder de knie heeft, heeft hij de woorden niet alleen onthouden, maar begrijpt hij de woorden ook.

Daarna moeten de woorden uit het Franse laatje gekoppeld worden aan andere laatjes. De hersenen moeten weten dat ze van de losse woordjes zinnen kunnen maken. De grammatica komt er nu bij. Deze wordt vaak los aangeboden en dus door de hersenen in andere laatjes opgeborgen. Het koppelen van deze laatjes aan is nodig om bijvoorbeeld zinnen te vertalen.

Als laatste moet de leerling de woorden ook herkennen als hij ze in een hele andere context tegenkomt, bijvoorbeeld in een museum. De leerling is bezig met het laatje geschiedenis of kunst en dan komt hij een Frans woord tegen. De verschillende laatjes moeten onderling verbonden worden. Dan kan de leerling de woordjes Frans in een niet Franse context herkennen en gebruiken.

Dan pas is het leren klaar.

Website Willeren online

Welkom op de site van Willeren.

De website is ontworpen en de teksten zijn geschreven en de foto’s gemaakt.

Ik hoop dat jullie de informatie vinden die jullie zoeken. Laat weten wat je ervan vindt.

Veel leesplezier!!

Kunnen hoogbegaafden aan onze verwachtingen voldoen?

Kunnen hoogbegaafde leerlingen aan onze verwachtingen voldoen?

 

Lineke is 11 jaar en gaat na de zomervakantie naar het voortgezet onderwijs. Ze heeft er zin in! Eindelijk van de basisschool af. Nu gaat het echte leren beginnen. Lineke heeft het de eerste weken prima naar haar zin. Nieuwe klasgenoten, nieuwe vakken, ieder uur een andere docent en een ander lokaal. De school is echt groot, elke keer opletten dat je naar de goede vleugel loopt en je lokaal vindt. De ouders van Lineke zijn blij. Eindelijk zit Lineke tussen leerlingen met hetzelfde niveau, ze hebben heel bewust gekozen voor een brede scholengemeenschap met extra aandacht voor het VWO. In deze VWO-plusklas moet Lineke het toch gaan redden? Ja toch……

In de praktijk blijkt maar al te vaak dat een deel van de hoogbegaafde leerlingen het niet zonder meer redt op het voortgezet onderwijs. Wat gaat er mis dat deze leerlingen niet tot presteren komen?

In dit artikel wil ik eerst naar verwachtingen en vooroordelen rondom hoogbegaafde leerlingen kijken en naar de effecten die deze op de leerling kunnen hebben. Daarnaast wil ik kijken welke maatregelen er genomen kunnen worden op het moment dat een hoogbegaafde leerling niet meer presteert op het niveau dat op grond van zijn intelligentie verwacht mag worden.

Verwachtingen en vooroordelen.

Als een leerling het label hoogbegaafd krijgt, hebben een heleboel mensen opeens verschillende en vooral hoge verwachtingen van deze leerling. Ouders verwachten een mooi VWO of gymnasium diploma, docenten verwachten een makkelijke loopbaan met mooie cijfers  in het voortgezet onderwijs, medeleerlingen verwachten dat deze leerlingen snel en zonder al te veel inspanning huiswerk maken. Dat dit lang niet altijd waar is, blijkt uit de praktijk. Veel hoogbegaafde leerlingen ronden geen HAVO of VWO af.

Op de site van het APS (2013) wordt het volgende geschreven over vooroordelen over hoogbegaafde leerlingen: ‘Over (hoog)begaafdheid circuleren beelden en associaties die meestal maar voor een deel daarmee te maken hebben of verwijzen naar een generalisatie van een enkele ervaring. Wie bijvoorbeeld denkt dat alle (hoog)begaafde kinderen pushende ouders hebben, heeft last van een dergelijk vervormd beeld en zal daardoor niet op een adequate manier met hoogbegaafde kinderen (en hun ouders) omgaan’ In het kader hieronder staat een deel van het vooroordelenspel van het APS. De bedoeling van het spel is dat er nuancering ontstaat in het denken over hoogbegaafdheid.

Effecten

Volgens Kieboom (2012) laat een hoogbegaafde die goed presteert de verwachtingen van de omgeving stijgen. Succes leidt naar toenemende verantwoordelijkheid en hogere verwachtingen. De leerling doet op de basisschool weinig tot niks en krijgt hoge cijfers. Daarbij wordt gezegd: ‘Dat heb je goed gedaan.’

Als er dan slechte cijfers komen, krijgt de leerling te horen: ‘Je moet er wel voor werken, ga eens leren.’ Dit lukt de leerling niet, want niks doen was altijd goed gedrag. De leerling  kan de verwachtingen niet meer waarmaken. Sommige leerlingen reageren, als ze een keer niet presteren, door angst te ontwikkelen en doen er alles aan om te voorkomen dat ze de volgende keer weer falen. Een voorbeeld hiervan is het niet leren bij moeilijke onderwerpen. Als er dan een slecht cijfer gehaald wordt geeft de leerling als reden: ‘Ik heb niet geleerd’. De leerling beschermt zich op deze manier tegen falen.

Door het succes van een leerling te prijzen, terwijl er misschien niet veel inzet is geweest, maak je de leerling tevreden met niks doen. Als er dan wel inzet nodig is, haakt de leerling af. De leraar en de ouders zullen het kind gaan aansporen om beter zijn/haar best te doen, maar dit heeft een averechts effect. De leerling wordt steeds vaker in zichzelf teleurgesteld en weet niet met dit falen om te gaan. Daarnaast is het goed om te realiseren dat succes na een kleine inspanning niet echte voldoening geeft. In het onderwijs worden deze leerlingen vaak onderpresteerders genoemd. Kieboom (2012) zegt: ‘de echte pijn van onderpresteerders zit diep vanbinnen verstopt en de schaamte is alom aanwezig.’

Fixed en growth mindset

De theorie van Dweck (2006) kan duidelijkheid verschaffen. Zij maakt verschil tussen fixed mindset en growth mindset. Een leerling met een fixed mindset zit vast in zijn eigen gedachten over zijn mogelijkheden. De leerling is niet in staat om zich ergens in vast te bijten en te kijken waar de uitdagingen liggen. Hij denkt dat intelligentie onveranderlijk is. Als een opdracht niet lukt, was die te moeilijk en als een samenwerkingsopdracht een onvoldoende oplevert, heeft de rest van het groepje niet goed samengewerkt. De schuld van het mislukken wordt buiten de persoon zelf gezocht. Het resultaat is vaak een onzekere en angstige leerling die het allemaal niet meer ziet zitten en stopt met ontwikkelen.

Leerlingen met een fixed mindset zijn goed in het benoemen van externe factoren van het falen. De interne factoren hebben ze niet in beeld. Als deze leerling bestempeld wordt als een leerling met faalangst, wordt hem dus een groot excuus gegeven om niet te presteren en zichzelf aan te spreken op zijn gedrag.

Een leerling met een growth mindset gaat ervan uit dat hij zichzelf kan ontwikkelen. Intelligentie is een gegeven, maar de leerling kan je er wel of niet wat mee doen. De leerling zet zich volledig in voor school, hobby’s en sport en zal alles op alles zetten om dingen onder de knie te krijgen. Hij ziet uitdagingen, wil leren van een ander en zet door als iets niet meteen wil lukken. Deze manier van kijken naar zichzelf resulteert in doorzetten en hard werken.

Hulp

Gelukkig kunnen de ouders en school veel doen om hoogbegaafde leerlingen, die niet tot presteren komen, in beeld te krijgen en te helpen.

Het belangrijkste voor ouders en docenten is: ‘Stop met het geven van externe excuses’. Deze maken het zelfrespect en het zelfvertrouwen kapot. De leerling zal bij zichzelf te rade moeten gaan waar het fout gaat. Een handig hulpmiddel hierbij is afbeelding 2 over de fixed mindset en de growth mindset. Als er geleerd moet worden zijn er verschillende manieren om te reageren. Probeer met de leerling duidelijk te krijgen op welke manier hij denkt en reageert en hoe hij naar de growth mindset kan groeien.

Het is belangrijk dat ouders en docenten alleen positief over school praten. Dit zal een omwenteling in denken en doen zijn en niet meteen vlekkeloos lukken. Probeer dit niet eventjes, maar gedurende een langere periode en leer van de keren dat het fout gaat. Laat het kind zelf vertellen over zijn lessen, opdrachten en cijfers. Reageer liefdevol, geduldig, streng, consequent en humoristisch. Het kind kan de ouders qua schoolwerk niet meer teleurstellen! Stop het gesprek over prestaties en praat over de weg naar de prestatie, de inzet, de tijdsbesteding en het proces.

De leerling mag leren dat hij ondanks zijn hoogbegaafdheid, op dit moment, in ieder geval één ding nog niet kan en dat is leren. Daar ligt de uitdaging en daar is hulp bij te geven. Studeren kun je leren, maar dat zal tijd kosten. Ondanks tegenvallende resultaten zal een leerling moeten doorzetten in het leren leren. Een docent of ouder, die hem daarbij onophoudelijk steunt, is onontbeerlijk.

Het is wel belangrijk om de leerling in het begin bij de hand te nemen. In de loop van de tijd moet hij wel steeds zelfstandiger gaan werken. Leer de leerling te reflecteren op het proces en dat bij te sturen.

Voor de school is het belangrijk om rekening te houden dat leren leren tijd kost, veel tijd. Hoe later een leerling door de mand valt qua resultaten, hoe meer tijd er nodig is om van de fixed mindset te veranderen in de growth mindset.

Scholen moeten buiten de kaders durven denken. Deze leerling leert anders en zal ook andere leeractiviteiten nodig hebben om gemotiveerd en vol zelfvertrouwen te blijven.

Scholen moeten oppassen dat ze deze leerlingen steeds hetzelfde laten doen. Peek (2002) geeft de volgende aanwijzingen:

‘-    Help de leerling te kiezen voor uitdagingen in plaats van uitblinken.

–          Leer de leerling fouten te durven maken.

–          Wissel veiligheid en ondersteuning af met terughoudendheid en aanmoediging om fouten te maken.

–          Wissel procesfeedback af met productfeedback.

–          ‘Ik zie dat je hard werkt’ is beter dan ‘Wat heb je dat goed gedaan.’

–          Bemoedig de poging en het proces en niet louter het resultaat.’

Peek (2002) in van Gerven (2009), blz. 174

Conclusie

Kunnen hoogbegaafde leerlingen aan onze verwachtingen voldoen?

Dat ligt aan een heleboel factoren. Als eerste moeten de ouders en docenten kijken of de verwachtingen reëel zijn. Kijk naar de vooroordelen en feiten over hoogbegaafden en stel het beeld van hoogbegaafdheid bij. Als er reële verwachtingen zijn, kan een leerling daar veel eerder aan voldoen.

Naast de ouders en docenten hebben de leerlingen zelf een grote verantwoordelijkheid. Als de leerling goed gecoacht wordt, zal hij vanuit de fixed mindset in de growth mindset komen. Om hier te komen is goede coaching van belang. Ouders, docenten en andere begeleiders zullen hierin moeten investeren. Lees erover, praat erover en haal externe hulp als dat nodig is.

De leerling zal weer uitdagingen zien en al doende leren leren. Als de leerling in de growth mindset zit, zal hij ieders verwachting kunnen overtreffen.

Verder lezen?

Gerven, E. van (2009); Handboek hoogbegaafd. Assen: van Gorcum.

Kieboom, T (2012); ‘Jij kan beter’. Antwerpen: Witsand uitgevers

APS (2013) Vooroordelenspel meer- en hoogbegaafdheid geraadpleegd op via http://www.aps.nl

Dweck (2006) Fixed mindset en growth mindset